Benodigdheden: lege eierdoos,stift

Vouw de eierdoos open.

Schrijf in de deksel voor elke eierplekje een van de volgende woorden: hard, zacht, prikt, glad, plakkerig, nat, droog, koud, warm met als 10e een vraagteken.

Bij elk woord zoek je een klein voorwerp uit de tuin. Leg deze in het juiste vakje van de eierdoos. In het laatste vakje met het vraagteken kun je zelf kiezen wat je er in legt, je kan hier zelf een woord bij bedenken.

Een broertje/zusje/vader/ of moeder kan voor zichzelf ook een eierdoos vullen, maar dit hoeft niet. Knip de deksel van de doos, zodat niemand de antwoorden kan spieken. Vraag aan iemand of hij of zij de voorwerpen die je gevonden hebt wilt voelen. Hoe voelt dat? Geeft hij of zij de woorden aan de voorwerpen die jij had bedacht?

Als iemand anders ook een doos gevuld heeft kun jij bij die gene gaan voelen en kijken of je de woorden juist kunt raden!